Bijzondere repetitie in en rond het Eksternest


Heleen las een fabel over een eik en het riet,  het onderstaand een gedicht over hetzelfde thema.

DE EIK EN HET RIET
Luc Cielen
Eens woei een hevige storm doorheen het bos, 
Hij rukte en beukte, sloeg vele takken los.

De hoge bomen, ontworteld, vielen om 
En vele reuzenbomen stonden krom.

Een torenhoge eik met machtige takken 
Waaide om en moest in ‘t water zakken.

Hij stroomde mee in de rivier
En zag rondom het wuivend wier.


Ook zag hij op de oever staan
Het ranke hoog bepluimde riet.
Dat was ondanks de storm blijven staan. 

De eik is stomverbaasd als hij dat ziet.

"Hoe heb jij de storm kunnen overleven ? 
Zegt hij, zelfs ik, de machtige eik,
Ben niet in stand gebleven."
"Dat is toch niet verwonderlijk, Fluisterde het riet,

Omdat jij weerstand aan de storm bood Ging jij terneer en ligt hier dood.

Maar wij, dat wist jij niet,
Wij konden buigen voor de wind,
Zo komt het dat jij ons nu nog staande vindt." 









 Een fijne en emotionele bijeenkomst, we hebben gezongen voor Daphne en Sjoerdje en voor onszelf.